Profileringsplannen

De commissie heeft de sectorbeelden beoordeeld en de minister van OCW geadviseerd om de sectorbeelden goed te keuren. Dit is in februari 2019 gebeurd, waarna de commissie Sectorplan Bèta- en Techniek aan de slag is gegaan. De commissie heeft de betrokken universiteiten uitgenodigd om uiterlijk 15 maart 2019 facultaire profileringsplannen in te dienen.

Voor de twee sectoren betreft het de volgende universiteiten:

Bèta

  • Maastricht University
  • Radboud Universiteit Nijmegen
  • Rijksuniversiteit Groningen
  • Universiteit Leiden
  • Universiteit Utrecht
  • Universiteit van Amsterdam
  • Vrije Universiteit
  • Technische Universiteit Delft
  • Technische Universiteit Eindhoven
  • Twente Universiteit
  • Wageningen Universiteit & Research

Techniek

  • Rijksuniversiteit Groningen
  • Technische Universiteit Delft
  • Technische Universiteit Eindhoven
  • Twente Universiteit
  • Wageningen Universiteit & Research

De universiteiten hebben hun concrete ambities voor versterking van de nationale afstemming en profilering, vergroting van de diversiteit en versterking van de onderwijscapaciteit vertaald naar SMART-parameters die betrekking hadden op:De commissie heeft vervolgens gesprekken met de betrokken decanen gevoerd om meer detail en achtergrond van de profileringsplannen te verkrijgen. Op basis van de profileringsplannen en de gesprekken heeft de commissie feedback gegeven aan de decanen met het verzoek om uiterlijk 15 mei 2019 een update van de profileringsplannen in te dienen.

  • Omvang en samenstelling van de wetenschappelijke staf (vast en tijdelijk).
  • Aandeel vrouwen in de staf en bij studenten.
  • Verworven (persoonlijke) beurzen, wetenschappelijke prijzen en belangrijke benoemingen.
  • Instroom en studierendement van studenten bij de betrokken opleidingen.
  • Participatie in de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) en andere initiatieven.
  • Ontwikkeling van tweede en derde geldstroom.
  • Verkregen patenten en gerealiseerde startups.

In de profileringsplannen hebben de universiteiten 163 unieke facultaire zwaartepunten benoemd binnen de 48 focusgebieden uit de sectorbeelden waarvoor zij versterking noodzakelijk achten. Daarvoor beschrijven zij de invulling van de benodigde nieuwe vaste wetenschappelijke posities, zowel hoogleraren, universitaire (hoofd)docenten en tenure-trackers.

De definitieve profileringsplannen zijn de basis voor de beoordeling en middelenverdeling door de commissie. Hierbij zijn de volgende aspecten beoordeeld:

  1. De wijze waarop men de onderzoekbasis (de fundamenten) van geprioriteerde bèta- en techniekdisciplines beoogt te versterken;
  2. De concrete aansluiting van de voorstellen op de (inter)nationale strategische ontwikkelingen en maatschappelijke vraagstukken (zoals in NWA, topsectoren, Europese programma’s, enz.);
  3.  De wijze waarop en mate waarin men samenwerking en afstemming over de grenzen van universiteiten en disciplines beoogt te versterken;
  4. De mate waarin de plannen zich richten op het aantrekken en behouden van wetenschappelijk toptalent, waarbij de balans in gender en culturele diversiteit meetbaar aandacht krijgt;
  5. Bijdragen aan het behouden of verbeteren van de onderwijscapaciteit in de disciplines;
  6. Plannen en ambities die leiden tot een meetbare toename van het aantal academisch geschoolde docenten en meer vak inhoud in de lerarenopleiding.

In haar advisering over de toekenning van de eerstegeldstroommiddelen houdt de commissie rekening met de omvang van de disciplines per universiteit en met de kwaliteit van de profileringsplannen en het onderzoek in de zwaartepunten. De commissie gaat uit van een referentie die samen met decanen is vastgesteld. Ten opzichte van deze ‘baseline’ zullen de uiteindelijke toekenningen per faculteit, op basis van de kwaliteitsbeoordeling, met maximaal 30% worden verhoogd of verminderd.

Eind juni 2019 adviseert de commissie de minister van OCW over de toekenningen van de eerste geldstroommiddelen, waarna de minister van OCW in juli 2019 besluit over de middelenverdeling