Met deze herwaardering is de belangstelling voor bèta en techniekstudies sterk toegenomen, zonder een navenante stijging van de rijksbijdrage aan de universiteiten. Hierdoor is de ontwikkeling van de wetenschappelijke staf hierbij sterk achtergebleven (figuur 1).
In combinatie met de groei van de studentaantallen zijn de universiteiten in de achterliggende periode met diverse bezuinigingen geconfronteerd. Hiermee zijn onderwijs en onderzoek steeds meer van elkaar gescheiden geraakt en is innovatie in (en de kwaliteit van) onderwijs en onderzoek onder druk komen te staan.
Dientengevolge is in Nederland de inzet op het universitair onderzoek in bèta en techniek achtergebleven, terwijl zowel gevestigde als opkomende economieën in dezelfde periode sterk hebben ingezet op R&D-inspanningen in deze sector. Dit heeft zich gemanifesteerd in een sterke neergang en ondervertegenwoordiging van de bèta- en technieksector in de Nederlandse onderzoeksportfolio bezien vanuit internationaal perspectief (figuur 2).